equator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Equator op aarde
(rode lijn)
Equator op de hemelbol (blauwe lijn)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • equa·tor
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse "aequare" (gelijkmaken, evenaren) met het achtervoegsel -ator [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord equator equators
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

equator m

  1. (aardrijkskunde), (landmeetkunde) de denkbeeldige scheidslijn tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond op aarde of op de hemelglobe
    Het vlak van de equator staat haaks op de aardas, midden tussen de polen. en strekt zich uit tot aan de hemelglobe.
  2. (biologie), (anatomie) de grens van het tandvlees
    De prothetische equator van de afzonderlijke tanden.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl