doof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doof
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doof dover doofst
verbogen dove dovere doofste

Bijvoeglijk naamwoord

doof

  1. niet of minder goed tot horen in staat zijn
    De dove man kon nog een prima leven leiden.
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
doven

doof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doven
    Ik doof.
  2. gebiedende wijs van doven
    Doof!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doven
    Doof je?