Naar inhoud springen

doofstom

Uit WikiWoordenboek
  • doof·stom
stellend
onverbogen doofstom
verbogen doofstomme
partitief doofstoms

doofstom

  1. (medisch) niet kunnen horen en niet kunnen spreken
    • Het doofstomme meisje sprak door middel van de Nederlndse gebarentaal. 
    • De term doofstom is tegenwoordig vervangen door de term doof zonder het woord stom dat ook dom kan betekenen. 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be