stokdoof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stok·doof
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen stokdoof
verbogen stokdove
partitief stokdoofs

Bijvoeglijk naamwoord

stokdoof

  1. (intensief) heel erg slecht kunnen horen
    • De stokdove oude man sprak bijna geen woord meer. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen