recipiënt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ci·pi·ent
enkelvoud meervoud
naamwoord recipiënt recipiënten
verkleinwoord recipiëntje recipiëntjes

Zelfstandig naamwoord

recipiënt m

  1. (techniek) een kolf of vat voor gas of vloeistof
  2. (medisch) de ontvanger van bloed, weefsel of een orgaan dat van een donor afkomstig is
Antoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie