doneren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geven’ voor het eerst aangetroffen in 1562 [1]
  • afgeleid van het Franse donner (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doneren
doneerde
gedoneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

doneren

  1. overgankelijk een gift geven
    • Hij doneerde de organisatie. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen