donateur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: donor

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·na·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donateur donateurs
verkleinwoord donateurtje donateurtjes

Zelfstandig naamwoord

donateur m

  1. iemand die een (financiële) bijdrage levert
    • Ondanks de enorme bezoekersaantallen kon het museum toch niet zonder de donaties van de gulle donateurs 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  donateur     le donateur     donateurs     les donateurs  

Zelfstandig naamwoord

donateur m

  1. donateur