donker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • don·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord donker donkers
verkleinwoord donkertje donkertjes

Zelfstandig naamwoord

donker m / o [2]

  1. toestand dat er geen licht is, duisternis
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen donker donkerder donkerst
verbogen donkere donkerdere donkerste
partitief donkers donkerders -

Bijvoeglijk naamwoord

donker [3]

  1. zonder licht
    • Door de stroomuitval zitten we nu al anderhalve dag in een donker huis. 
  2. weinig licht terugkaatsend, niet licht van kleur
  3. somber
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal