somber

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·ber
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen somber somberder somberst
verbogen sombere somberdere somberste
partitief sombers somberders -

Bijvoeglijk naamwoord

somber

  1. in neergeslagen stemming
    • Hij was in een sombere bui. 
  2. een neergeslagen stemming veroorzakend
    • Wat een somber weer is het! 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
somberen

somber

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
    • Ik somber. 
  2. gebiedende wijs van somberen
    • Somber! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
    • Somber je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

stellend vergrotend overtreffend
somber somberer somberest

Bijvoeglijk naamwoord

somber

  1. somber
Schrijfwijzen