stoot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoot
enkelvoud meervoud
naamwoord stoot stoten
verkleinwoord stootje stootjes

Zelfstandig naamwoord

stoot m

  1. een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefend
    Hij gaf hem een flinke stoot.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stoten

stoot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van stoten
  2. gebiedende wijs van stoten
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen