duf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duf
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen duf duffer dufst
verbogen duffe duffere dufste
partitief dufs duffers -

Bijvoeglijk naamwoord

duf

  1. saai, doods
    Wat een duffe bedoening hier zeg!
  2. slaperig.
    Ik ben echt heel duf vandaag!
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
89 % van de Vlamingen.