stralend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

vrouw met stralend licht gekroond
Uitspraak
Woordafbreking
  • stra·lend

Werkwoord

vervoeging van: stralen
verbogen vorm: stralende

stralend

  1. onvoltooid deelwoord van stralen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stralend stralender stralendst
verbogen stralende stralendere stralendste
partitief stralends stralenders -

Bijvoeglijk naamwoord

stralend

  1. straling (zoals bijvoorbeeld zichtbaar licht) afgevend
    • Met kernenergie gaan we een stralende toekomst tegemoet, en zonder kernenergie trouwens ook. 
  2. zonnig
    • Het was een stralende zomerdag. 
  3. blij
    • Het stralende bruidje was het middelpunt van het feest. 
     ‘Sinds de hotsprings heb ik je niet meer gezien.’ Met stralende ogen vertelde hij wat ik daar allemaal gemist had: een leuke groep meiden, een kampvuurtje en tot diep in de nacht in het warme water.[1]
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be