stralend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

vrouw met stralend licht gekroond
Uitspraak
Woordafbreking
  • stra·lend

Werkwoord

vervoeging van
stralen

stralend

  1. onvoltooid deelwoord van stralen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stralend stralender stralendst
verbogen stralende stralendere stralendste
partitief stralends stralenders -

Bijvoeglijk naamwoord

stralend

  1. straling (zoals bijvoorbeeld zichtbaar licht) afgevend
    • Met kernenergie gaan we een stralende toekomst tegemoet, en zonder kernenergie trouwens ook. 
  2. zonnig
    • Het was een stralende zomerdag. 
  3. blij
    • Het stralende bruidje was het middelpunt van het feest. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen