Naar inhoud springen

dikkopje

Uit WikiWoordenboek
  • dik·kop·je
[2]-[4] enkelvoud meervoud
naamwoord (dikkop) * (dikkoppen) *
verkleinwoord dikkopje dikkopjes

hetdikkopjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dikkop
  2. (kikkers) larve van een kikvorsachtige of salamander
  3. (vlinders) meerdere dagvlindersoorten uit de familie Hesperiidae op Wikispecies met een behaarde motachtig lichaam, haakvormige voelsprieten en een schietend vluchtpatroon, van wie de meesten bruin met witte of oranje vlekken zijn
  4. alleen verkleinwoord (straalvinnigen) Pomatoschistus minutus op Wikispecies langs de kust bewonende grondelsoort, gekenmerkt door de meer dan 60 schubben in de zijlijn en een variabele kleuring, waardoor hij bijna onzichtbaar is in de zanderige getijdenpoelen die hij vaak bezoekt, leeft voornamelijk van kleine schaaldieren
  • [2], [3] Voor de larven van amfibieën en voor vlindersoorten is dit verkleinwoord is meer gangbaar dan dikkop.
93 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be