declareren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·cla·re·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
declareren
declareerde
gedeclareerd
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
declaratie
declarant -

Werkwoord

declareren (overgankelijk) [2]

  1. een declaratie indienen b.v. t.a.v. gemaakte onkosten, opgeven
  2. aangifte doen van goederen bij de douane of voor de belasting, aangeven
  3. (informatica) het specificeren van naam en type van een variabele in een computerprogramma, opgeven
  4. (wederkerend) zich ~: zich over iets uitspreken, verklaren
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal