daad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘handeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord daad daden
verkleinwoord daadje daadjes

Zelfstandig naamwoord

daad v/m

  1. (palindroom) bewust gepleegde handeling, doelgericht
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op heter daad betrappen
iemand betrappen op een misdaad terwijl hij bezig is
  • (juridisch)onrechtmatige daad
een daad die schade veroorzaakt heeft, waarvoor men een schadevergoeding zal moeten betalen
  • iemand met raad en daad bijstaan
iemand helpen, niet alleen met advies maar ook door handelen
  • de daad bij het woord voegen
direct doen wat je belooft
  • een goede daad doen
iets goeds doen
  • een daad stellen
iets doen om te laten zien dat je het serieus meent
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen