daad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daad
enkelvoud meervoud
naamwoord daad daden
verkleinwoord daadje daadjes

Zelfstandig naamwoord

daad v/m

  1. (palindroom) bewust gepleegde handeling, doelgericht
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op heter daad betrappen
iemand betrappen op een misdaad terwijl hij bezig is
  • (juridisch)onrechtmatige daad
een daad die schade veroorzaakt heeft, waarvoor men een schadevergoeding zal moeten betalen
  • iemand met raad en daad bijstaan
iemand helpen, niet alleen met advies maar ook door handelen
  • de daad bij het woord voegen
direct doen wat je belooft
  • een goede daad doen
iets goeds doen
  • een daad stellen
iets doen om te laten zien dat je het serieus meent
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen