deed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deed

Werkwoord

vervoeging van
doen

deed

  1. enkelvoud verleden tijd van doen
    • Ik deed. 
    • Jij deed. 
    • Hij, zij, het deed. 
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be