cursus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cur·sus
enkelvoud meervoud
naamwoord cursus cursussen
verkleinwoord cursusje cursusjes

Zelfstandig naamwoord

cursus m

  1. (onderwijs) een reeks lessen die een afgesloten geheel vormen
    Hij kreeg ook een cursus bij dat abonnement.
  2. een leerjaar

Meer informatie