basiscursus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·cur·sus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basiscursus basiscursussen
verkleinwoord basiscursusje basiscursusjes

Zelfstandig naamwoord

basiscursus m

  1. (onderwijs) een lesprogramma om de beginselen van iets te leren
    • CODE Plus is een basiscursus Nederlands voor hogeropgeleide anderstalige studenten.