credit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
credit credits

Zelfstandig naamwoord

credit

  1. krediet
  2. erkenning


vervoeging
onbepaalde wijs to credit
he/she/it credits
verleden tijd credited
voltooid
deelwoord
credited
onvoltooid
deelwoord
crediting
gebiedende wijs credit

Werkwoord

credit

  1. erkennen
    «He was credited for his consribution.»
    Zijn bijdrage vond erkenning.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cre·dit

Zelfstandig naamwoord

credit o

  1. (boekhouding) dat wat men als koopman of bankhouder schuldig is
  2. (boekhouding) passiefzijde, rechterzijde van de balans met schulden en vermogen
  3. (boekhouding) tegoed van de rekeninghouder
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie