crediteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cre·di·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
crediteren
crediteerde
gecrediteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

crediteren

  1. (boekhouding) op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven
  2. (boekhouding) op de creditzijde boeken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie