corps

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • corps
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vereniging’ voor het eerst aangetroffen in 1810 [1]
  • van het Frans corpslichaam[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord corps corpora
corpsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

corps o

  1. besloten, traditionele studentenvereniging
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontwikkeld uit Oudfrans cors, uit Latijn corpus, aangetroffen sinds de 9e eeuw. [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  corps     le corps     corps     les corps  

Zelfstandig naamwoord

corps m

  1. (anatomie) lichaam
  2. (anatomie) lichaam zonder de ledematen
  3. (meetkunde) lichaam
  4. lichaam, organisatie, vereniging, e.d.
  5. (militair) corps
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron corps in: Dictionnaire de l’Académie française, 9e édition op dictionnaire-academie.fr