besloten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
besloten


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slo·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
besluiten

besloten

  1. meervoud verleden tijd van besluiten
    Wij besloten.
    Jullie besloten.
    Zij besloten.
  2. voltooid deelwoord van besluiten
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen besloten beslotener beslotenst
verbogen beslotenste
partitief beslotens besloteners -

Bijvoeglijk naamwoord

besloten

  1. niet openbaar, privé
    Wij waren uitgenodigd op een besloten feestje.
  2. besloten vennootschap: een firma waarvan de aandelen niet openbaar gekocht of verkocht kunnen worden
    Het grote bedrijf had allerlei kleine besloten vennootschappen opgericht.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.