piepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pie·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
piepen
piepte
gepiept
zwak -t volledig

Werkwoord

piepen

  1. een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt
    1. (dierengeluid) het geluid van een muisje
    2. het geluid van de vogeltjes
    3. het geluid van een hijgende adem
    4. het fijn schril geluid van een krakende scharnier
  2. onverwacht korte tijd tevoorschijn komen (al dan niet gepaard gaand met een piepgeluid)
  3. stiekem, snel of oppervlakkig naar iets kijken
Opmerkingen
  • De betekenis "naar iets kijken" is vooral in Vlaanderen gangbaar.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

piepen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord piep

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen