politieagenten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·li·tie·agen·ten

Zelfstandig naamwoord

politieagenten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord politieagent
     Ik liep er wat dichter naartoe om te zien wat er aan de hand was en zag twee Park Rangers, federale politieagenten met verstrekkende bevoegdheden.[1]
     De politieagenten kwamen als dader in zicht omdat op een politiecomputer zonder aanleiding het privéadres van Basay-Yildiz was opgezocht.[2]
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord politieagente
Synoniemen

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink Weblink bron Judith van de Hulsbeek “Duitse justitie onderzoekt mogelijk rechts-radicaal politienetwerk” (17-12-2018), NOS