breien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Breien.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brei·en


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
breien
breide
(bree)
gebreid
(gebreeën)
klasse 1

zwak -d

volledig

Werkwoord

breien

  1. (overgankelijk) een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen
    Er wordt hard gebreid aan je trui.
  2. (inergatief) (sport) eindeloos met de bal combineren zonder tot een goede aanval te komen.
    Er werd gebreid van de ene naar de andere kant. Vervolgens mogen ze van geluk spreken dat er drie punten worden behaald. [1]
  3. (inergatief) (wiskunde) een notatiefout maken bij het rekenen. De fout bestaat eruit dat twee berekeningen met gelijktekens aan elkaar worden geplakt, terwijl er in feite niet elke keer sprake is van gelijkheid aan beide kanten van het teken.
Opmerkingen
  • In de standaardtaal zijn alleen de zwakke vormen correct. De sterke vormen worden voor bet. 1 gebruikt in sommige, m.n. Vlaamse dialecten.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.


Zelfstandig naamwoord

breien mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord brei
Verwijzingen
  1. Robert ten Wolde 23 sept 2012
  2. VRT-Taalnet