breipen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Knitting needles 2.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • brei·pen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord breipen breipennen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

breipen v/m [1]

  1. een lange pen waarmee men kan breien
    • Wie gevoel wil krijgen voor wat er gebeurt, moet het zelf proberen. Een simpel patroon, een cirkel. Alle oneven pennen (de ‘goede kant’ van het breiwerk) worden recht gebreid, alle even pennen (‘verkeerde kant’) volgens patroon, een afwisseling van rechte en averechte steken. Wie breit, maakt van een draad een lapje door steeds door elk lusje op de breipen een nieuw lusje te halen; dat nieuwe lusje komt aan de breipen te hangen met het oude eronder, eraan. Dat kan op twee manieren: de bovenkant van het ‘oude’ lusje kan onzichtbaar aan de achterkant van het breiwerk terechtkomen of er zichtbaar bovenop liggen. Een averechte steek op een even pen van een illusiebreiwerk geeft een dal, een rechte steek een heuvel.[2] 
    • Vrouwen gebruikten traditionele methoden als de breipen of planten en kruiden om een zwangerschap af te breken. Thuisgemaakte voorbehoedmiddelen, zoals pessaria gemaakt van gordijnringen, boden nauwelijks bescherming. Soms waren er artsen of amateur-aborteurs die tegen hoge betaling vrouwen hielpen. Volgens dr. Genoveva Frîncu, gynaecologe in de Marie Stopes-kliniek, was het werken als arts onder het communistisch bewind gevaarlijk. “Gynaecologen werden nauwlettend gevolgd door de politie. Op iedere kraamafdeling in de ziekenhuizen stond een agent van de Securitate (de geheime politie). Voor een eenvoudige curettage moest de arts toestemming vragen aan een commissie.”[3]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Ellen de Bruin 9 april 2011
  3. NRC Peter ter Horst 4 december 1996