breide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brei·de

Werkwoord

vervoeging van
breien

breide

  1. enkelvoud verleden tijd van breien
    • Ik breide. 
    • Jij breide. 
    • Hij, zij, het breide.