gebreeën

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·bree·en
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
breien

gebreeën

  1. voltooid deelwoord van breien
    • Die heb ik voor mijn man gebreeën, zei ze en verplaatste haar blik een ogenblik naar de in zilverig hout ingelijste kleurenfoto, ...[1] 
Opmerkingen
  • Minder gebruikelijk dan gebreid, geen erkende vorm in de standaardtaal

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. H.M. van den Brink, ‎Jeroen Brouwers, ‎Adriaan van Dis, Dijk;Het hout;Ik kom terug: nationale postcodeselectie, 2016