brei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: brij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brei breien
verkleinwoord breitje breitjes

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

brei m [2]

  1. breiwerk [3]

Werkwoord

vervoeging van
breien

brei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van breien
    • Ik brei. 
  2. gebiedende wijs van breien
    • Brei! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van breien
    • Brei je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen