blather

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • blath·er
Woordherkomst en -opbouw
  • Werkwoord: Afkomstig van het Oudnoorse werkwoord blathra.
  • Zelfstandig naamwoord: Afkomstig van het Oudnoorse werkwoord blaðra.
vervoeging
onbepaalde wijs to blather
he/she/it blathers
verleden tijd blathered
voltooid
deelwoord
blathered
onvoltooid
deelwoord
blathering
gebiedende wijs blather

Werkwoord

blather

  1. (onovergankelijk), (pejoratief) bazelen, kletsen, kwebbelen, liflaffen, ouwehoeren, uitkramen, zwetsen
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
enkelvoud meervoud
blather -

Zelfstandig naamwoord

blather

  1. (pejoratief) gebazel, gezwafel, geklets, geouwehoer, leuterkoek, prietpraat
  2. (pejoratief) babbelaar, babbelkous, flapuit, kletsmajoor, kletsmeier, kwebbel, leuteraar, ouwehoer, theetante, zwetser
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen