kletsmajoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klets·ma·joor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kletsmajoor kletsmajoors
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kletsmajoor m [2]

  1. (pejoratief) iemand die teveel praat, oorspronkelijk een legerpredikant
    • Vroeger probeerde een bedrijf het beste product te maken tegen de beste prijs, tegenwoordig ben je dan hopeloos ouderwets. Want „de toekomst van succesvolle merken ligt in handen van storytellers”, zo las ik laatst op een managementblog. Als ik het allemaal goed begrijp kan de hele afdeling sales met pensioen en hoef je alleen nog maar een paar kletsmajoors in dienst te nemen die „het verhaal van het merk” aan de klant vertellen. Er zijn op LinkedIn inmiddels meer storytellers dan scrum masters en er is zelfs een hoogleraar ‘narratieve communicatie’ benoemd aan de Radboud Universiteit. Als je mazzel hebt kan je zelfs „storyteers” in het wild tegenkomen. Dat zijn musketiers met een grote sabel op de heup en verhaaltjes in hun zadeltas. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen