palaver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·la·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘bespreking, onderhandeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869 [1]

Werkwoord

vervoeging van
palaveren

palaver

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palaveren
    • Ik palaver. 
  2. gebiedende wijs van palaveren
    • Palaver! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van palaveren
    • Palaver je? 

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen