geuzennaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • geu·zen·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geuzennaam geuzennamen
verkleinwoord geuzennaampje geuzennaampjes

Zelfstandig naamwoord

geuzennaam m

  1. zelfgekozen erenaam die oorspronkelijk als scheld- of spotnaam werd gebruikt
     Hij kwam niet meer bij en vanaf dat moment noemde Goldie mij niet meer Van Go maar Dickhead. Een geuzennaam die alleen hij mocht gebruiken en die ik daarna direct uitprobeerde in gebarentaal.[1]

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia