binding

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bin·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord binding bindingen
verkleinwoord bindinkje bindinkjes

Zelfstandig naamwoord

binding v

  1. (scheikunde) het minimum in potentiële energie dat bestaat bij een bepaalde onderlinge afstand tussen twee of meer atomen waardoor deze in elkaars nabijheid gehouden worden
    • Chemische bindingen kunnen tussen twee atomen aanwezig zijn, maar zij kunnen ook meer dan twee atomen betreffen. 
  2. (sport) bevestiging van een skischoen op een ski, skibinding
    • Omdat de binding niet op tijd losschoot heeft hij zijn been gebroken. 
  3. contacten, banden
    • De corrupte onderzoeker had bindingen met de industrie. 
    • Deze politieke partij heeft bindingen met de vakbond. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Werkwoord

binding

  1. onvoltooid deelwoord van bind

Zelfstandig naamwoord

binding

  1. gerundium van bind