Naar inhoud springen

banden

Uit WikiWoordenboek
  • ban·den

debandenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord band
     Had uw moeder banden met Spanje?' 'Niet dat ik weet.[1]
     Zelf denk ik dat hij ervandoor is gegaan en daarna geen contact meer met haar wilde, of dat zij zelf alle banden heeft doorgesneden.[1]
vervoeging van
bannen

banden

  1. meervoud verleden tijd van bannen
    • Wij banden. 
    • Jullie banden. 
    • Zij banden. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. 1 2
    Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Naar frequentie 5200

banden

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van band