Naar inhoud springen

contacten

Uit WikiWoordenboek
  • con·tac·ten

decontactenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord contact
     Het WHO- team kreeg de epidemie in enkele maanden onder controle door patiënten en hun contacten onmiddellijk in isolatie te plaatsen zodra ze koorts kregen.[1]

{citeer|boek|jaar=2021|auteur=Anya Niewierra|titel=De Camino|isbn=9789024582280|uitgever=Luitingh-Sijthoff|taal=nl|citaat=Mijn contacten met het thuisfront voelen bijna als een verplichting, als een klusje dat ik ook nog moet afwerken, net als het dagelijkse wassen van mijn kleren.}}

  1.  Recht voor haar zat een hoopje ellende. Een vrouw zonder vrienden of sociale contacten.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
vervoeging van
contactar

contacten

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van contactar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van contactar