spotnaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spot·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spotnaam spotnamen
verkleinwoord spotnaampje spotnaampjes

Zelfstandig naamwoord

spotnaam m [1]

  1. een bijnaam die men iemand geeft om met die persoon kunnen spotten
    •  
  2. breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak met een negatieve klank
    • Naar Carla Bruni schijnt hij wel te luisteren, ook wat betreft uiterlijkheden. Voorbij is de tijd dat hij als président bling bling door het leven ging, een spotnaam die hij vooral dankte aan zijn Rolex. Carla Bruni schonk hem een veel duurdere Patek Philippe, ook oneindig veel chiquer en discreter.[2] 
    • De meerderheid vindt de Fyra trouwens helemaal niet mooi. Negen van de tien zijn het dan ook niet eens met de NS dat het goed voor het imago is om een splinternieuwe trein te laten ontwerpen. „NS moet zich bezighouden met optimaal vervoer en niet met prestige. De Duitse ICE had men zo kunnen inzetten” De spotnaam ’Aldi-trein’, waarmee de Belgische reizigersvereniging TreinTramBus op de proppen kwam, raakt de Fyra nooit meer kwijt, denkt 80%. Al schrijft ook iemand: „De kwaliteit van de Aldi-producten is heel wat beter dan die van deze mislukte trein, dus die naam deugt niet.”[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen