bezonnen/vervoeging
Uiterlijk
| vervoeging van de bedrijvende vorm van bezonnen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | bezonnen | te bezonnen | ||||||||
| toekomend | zullen bezonnen | te zullen bezonnen | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | hebben bezond | te hebben bezond | ||||||||
| toekomend | bezond zullen hebben | bezond te zullen hebben | |||||||||
| onvoltooid deelwoord | voltooid deelwoord | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| bezonnend | bezond | ev. bezon | mv. verouderd bezont | bezonne | |||||||
| aantonende wijs | enkelvoud | meervoud | |||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij, ge | hij, zij, het | wij, we | jullie | zij, ze | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | bezon | bezont | bezont | bezont | bezont | bezonnen | bezonnen | bezonnen | |||
| verleden (o.v.t.) | bezonde | bezonde | bezonde | bezonde | bezonde | bezonden | bezonden | bezonden | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal bezonnen | zult/zal bezonnen | zult/zal bezonnen | zult bezonnen | zal bezonnen | zullen bezonnen | zullen bezonnen | zullen bezonnen | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou bezonnen | zou bezonnen | zou(dt) bezonnen | zoudt bezonnen | zou bezonnen | zouden bezonnen | zouden bezonnen | zouden bezonnen | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | heb bezond | hebt bezond | hebt/heeft bezond | hebt bezond | heeft bezond | hebben bezond | hebben bezond | hebben bezond | |||
| verleden (v.v.t.) | had bezond | had bezond | had bezond | hadt bezond | had bezond | hadden bezond | hadden bezond | hadden bezond | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal bezond hebben | zal/zult bezond hebben | zult/zal bezond hebben | zult bezond hebben | zal bezond hebben | zullen bezond hebben | zullen bezond hebben | zullen bezond hebben | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou bezond hebben | zou bezond hebben | zou/zoudt bezond hebben | zoudt bezond hebben | zou bezond hebben | zouden bezond hebben | zouden bezond hebben | zouden bezond hebben | |||
| onpersoonlijke lijdende vorm bezond worden | |||||||||||
| onvoltooid | voltooid | ||||||||||
| tegenwoordig | er wordt bezond | er is bezond | |||||||||
| verleden | er werd bezond | er was bezond | |||||||||
| toekomend | er zal bezond worden | er zal bezond zijn | |||||||||
| voorwaardelijk | er zou bezond worden | er zou bezond zijn | |||||||||
| lijdende vorm bezond worden | |||||||||||
| onbepaalde wijs | kort | lang | |||||||||
| onvoltooid | tegenwoordig | bezond worden | bezond te worden | ||||||||
| toekomend | bezond zullen worden | bezond te zullen worden | |||||||||
| voltooid | tegenwoordig | bezond zijn | bezond te zijn | ||||||||
| toekomend | bezond zullen zijn | bezond te zullen zijn | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | ||||||||||
| onvoltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (o.t.t.) | word bezond | wordt bezond | wordt bezond | wordt bezond | wordt bezond | worden bezond | worden bezond | worden bezond | |||
| verleden (o.v.t.) | werd bezond | werd bezond | werd bezond | werdt bezond | werd bezond | werden bezond | werden bezond | werden bezond | |||
| toekomend (o.t.t.t.) | zal bezond worden | zult bezond worden | zult bezond worden | zult bezond worden | zal bezond worden | zullen bezond worden | zullen bezond worden | zullen bezond worden | |||
| voorwaardelijk (o.v.t.t.) | zou bezond worden | zou bezond worden | zou/zoudt bezond worden | zoudt bezond worden | zou bezond worden | zouden bezond worden | zouden bezond worden | zouden bezond worden | |||
| voltooid | eerste | tweede | derde | eerste | tweede | derde | |||||
| ik | jij, je | u | gij | hij, zij, het | wij | jullie | zij | ||||
| tegenwoordig (v.t.t.) | ben bezond | bent bezond | bent/is bezond | zijt bezond | is bezond | zijn bezond | zijn bezond | zijn bezond | |||
| verleden (v.v.t.) | was bezond | was bezond | was bezond | waart bezond | was bezond | waren bezond | waren bezond | waren bezond | |||
| toekomend (v.t.t.t.) | zal bezond zijn | zult bezond zijn | zult bezond zijn | zult bezond zijn | zal bezond zijn | zullen bezond zijn | zullen bezond zijn | zullen bezond zijn | |||
| voorwaardelijk (v.v.t.t.) | zou bezond zijn | zou bezond zijn | zou/zoudt bezond zijn | zoudt bezond zijn | zou bezond zijn | zouden bezond zijn | zouden bezond zijn | zouden bezond zijn | |||