beslist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·slist
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van beslissen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
beslissen

beslist

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen
    Jij beslist.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen
    Hij beslist.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beslissen
    Beslist!
  4. voltooid deelwoord van beslissen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beslist beslister (beslistst) *
verbogen besliste beslistere (beslistste) *
partitief beslists beslisters -

Bijvoeglijk naamwoord

beslist

  1. niet onderhevig aan aarzeling of twijfel
    Zijn besliste optreden maakte grote indruk.
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest beslist(e)" worden gebruikt.[1][2]
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

beslist

  1. met zekerheid
    Dat is beslist niet goed!
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Omschreven trappen van vergelijking (algemeen) op website: http://taaladvies.net; punt 3.; geraadpleegd 2017-05-21
  2. Haeseryn, W. e.a. "6·4·3·1·ii Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest" in: Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) op website E-ANS: ans.ruhosting.nl; punt 4.; geraadpleegd 2017-05-21