overtuigd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·tuigd
Woordherkomst en -opbouw
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van overtuigen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel [1][2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overtuigd overtuigder overtuigdst
verbogen overtuigde overtuigdere overtuigdste
partitief overtuigds overtuigders -

Bijvoeglijk naamwoord

overtuigd

  1. (scheepvaart) met te veel zeil voor de weersomstandigheden
    • Te veel helling en roerdruk zijn het gevolg van een overtuigd schip en een verkeerde stand van de zeilen.[3] .
  2. zeker in zijn denkwijze
    • Hij is daar een overtuigde aanhanger van. 
    • Mevrouw Maillard had maar één zoon en ze had veel bewondering voor directeuren. Dus zag ze Albert al als directeur van een bank, en reken maar dat ze meteen enthousiast was en ervan overtuigd was dat hij zich 'met zijn intelligentie' rap naar de top zou opwerken. [4] 
Antoniemen

Werkwoord

vervoeging van
overtuigen

overtuigd

  1. voltooid deelwoord van overtuigen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. blz 11 Handboek Zeiltrimmen: praktische tips voor optimaal zeilplezier voor open boten en kajuitjachten
    Eelco Piena Hans Buitelaar
    ANWB Media Boeken, 2007
    ISBN 9018024694, ISBN 9789018024697
  4. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 15