begeleiden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
vrouwelijke hardloopster door de politie begeleid [1]

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
begeleiden begeleidend
begeleiding begeleid
begeleider
Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·lei·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begeleiden
begeleidde
begeleid
zwak -d volledig

Werkwoord

begeleiden

  1. overgankelijk iemand op zijn weg vergezellen
    • Vader en moeder begeleidden Ivo samen toen hij voor het eerst naar zwemles ging. 
  2. overgankelijk (muziek) een partij spelen die de harmonische aanvulling is van een solopartij
    • De zanger werd begeleid op een spinet en een vedel. 
  3. helpen, steunen
    • De leraar begeleidt zijn leerlingen naar het examen. 
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie