begeleider

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ge·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord begeleider begeleiders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

begeleider m

  1. iemand die een ander begeleidt (vergezelt) (ook (muziek))
     Op het evenement komen onder meer Antoon, Emma Heesters, Dave Roelvink en Jonna Fraser optreden. Ook is er een Bengelfestijn voor kinderen met tal van activiteiten. Laatstgenoemde is tot 12.30 uur nog gratis te bezoeken voor kinderen en maximaal twee begeleiders. Kaartjes voor het evenement zelf kosten 15 euro.[1]
  2. iemand die een ander met raad en daad bijstaat, een coach
  3. (astronomie) hemellichaam dat een grotere ster begeleidt
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2022 Weblink bron Joost Dijkgraaf “Bevrijdingsfestival in Enschede stijf uitverkocht: ‘Al wachtlijst van 3.000 man’” (03-05-2022), Tubantia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be