steunen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steu·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
steunen
/'stønə(n)/
steunde
/'støndə/
gesteund
/ɣə'stønt/
zwak -d volledig

Werkwoord

steunen

  1. overgankelijk een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
    • De Amerikanen steunen de Britten al voor zij bij de aanval op Pearl Harbor daadwerkelijk bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakten. 
  2. inergatief ~ op: de last gedeeltelijk op iets leggen
    • Zij steunen daarbij op de resultaten van een eerder onderzoek. 
  3. van vermoeidheid of pijn een kreunend geluid maken
    • "Maar... ik kan niet..." steunde hij. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

steunen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord steun

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl