Naar inhoud springen

belle

Uit WikiWoordenboek
  • bel·le
enkelvoud meervoud
naamwoord belle belles
verkleinwoord belletje belletjes

debellev [2]

  1. beslissende ronde in een wedstrijd tussen tot dan toe even sterke deelnemers
  2. het zelfstandig gebruikt van het vrouwelijk van het Franse van beau [mooi]
vervoeging van
bellen

belle

  1. aanvoegende wijs van bellen
45 %van de Nederlanders;
44 %van de Vlamingen.[3]


belle

  1. vrouwelijk enkelvoud van beau
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  belle     la belle     belles     les belles  

belle v

  1. mooie vrouw
  2. (spreektaal) vrijheid (na ontsnapping)
    «Hier soir, cet escroc s’est fait la belle, c’est incroyable!»
    Gisteravond is die bedrieger ontsnapt, ongelofelijk! [1]

belle

  1. vrouwelijk meervoud van bello