bake

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief bake baken
genitief baken baken
datief bake baken
accusatief bake baken

Zelfstandig naamwoord

bake m

  1. (voeding) ham


Noors

Uitspraak
  • IPA: /ˈbɑːkə/
Woordafbreking
  • ba·ke
vervoeging
onbepaalde wijs bake
tegenwoordige tijd baker
verleden tijd bakte
voltooid
deelwoord
bakt
onvoltooid
deelwoord
bakende
lijdende vorm bakes
gebiedende wijs bak
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

bake

  1. (ditransitief), (overgankelijk) bakken
    «Hun baker brødet sitt selv.»
    Ze bakt haar eigen brood.
  2. (overgankelijk) opwarmen, verwarmen
    «Sola bakte oss.»
    De zon verwarmde ons.
  3. impregneren met teer bij het gebruik van warmte
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: brygge og bake
brouwen en bakken


Nynorsk

Uitspraak
  • IPA: /ˈbɑːkə/
Woordafbreking
  • ba·ke
vervoeging
onbepaalde wijs bake
baka
bake
baka
tegenwoordige tijd bakar baker
verleden tijd baka bakte
voltooid
deelwoord
baka bakt
onvoltooid
deelwoord
bakande bakande
lijdende vorm bakast
(bijvorm): bakas
bakast
(bijvorm): bakas
gebiedende wijs bak
baka
bake
bak
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak Klasse 2 zwak
opmerking optioneel optioneel

Werkwoord

bake

  1. (ditransitief), (overgankelijk) bakken
    «Ho baker brødet sitt sjølv.»
    Ze bakt haar eigen brood.
  2. (overgankelijk) opwarmen, verwarmen
    «Sola bakte oss.»
    De zon verwarmde ons.
  3. reinigen met een uitgekookt warm extract (zie bak)
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: bryggje og bake
brouwen en bakken