Naar inhoud springen

bakt

Uit WikiWoordenboek
  • bakt
vervoeging van
bakken

bakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bakken
    • Jij bakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bakken
    • Hij bakt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van bakken
    • Bakt! 
     Hij doucht, hij bakt zijn spiegeleieren en volgt de televisie met halve belangstelling.[1]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125


  • bakt
Naar frequentie 9173

har ast

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bae

bakt

  1. voltooid (verleden) deelwoord van bake


  • bakt

har ast

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bae

bakt

  1. voltooid (verleden) deelwoord van bake