bakte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·te

Werkwoord

vervoeging van
bakken

bakte

  1. enkelvoud verleden tijd van bakken
    • Ik bakte. 
    • Jij bakte. 
    • Hij, zij, het bakte. 


Gangbaarheid


Noors

Woordafbreking
  • bak·te

Werkwoord

bakte

  1. verleden tijd van bake


Nynorsk

Woordafbreking
  • bak·te

Werkwoord

bakte

  1. verleden tijd van bake
Synoniemen