bakte
Uiterlijk
- bak·te
- Naamwoord van handeling van bakken met het achtervoegsel -te.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bakte | bakten |
| verkleinwoord | baktetje | baktetjes |
- datgene wat gebakken is of wordt
| vervoeging van |
|---|
| bakken |
bakte
- Het woord bakte staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Jessie Burton (vert. Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704
- bak·te
| Naar frequentie | 14884 |
|---|
bakte
- verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bake
- bak·te
bakte
- verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bake
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -te in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 5
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Woorden in het Nynorsk van lengte 5
- Woorden in het Nynorsk met audioweergave
- Woorden in het Nynorsk met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nynorsk