asfalt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·falt
enkelvoud meervoud
naamwoord asfalt asfalten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

asfalt o

  1. een mengsel van bitumen en minerale aggregaten, dat vooral als wegdek gebruikt wordt.
    • De weg werd met asfalt bestraat. 
    • De lucht zindert over het asfalt. 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

asfalt m

  1. asfalt
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /asfalt/
Woordafbreking
  • as·falt

Zelfstandig naamwoord

asfalt m onbezield

  1. asfalt
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Meer informatie


Turks

Zelfstandig naamwoord

asfalt

  1. asfalt