asfalt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·falt
enkelvoud meervoud
naamwoord asfalt asfalten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

asfalt o

  1. een mengsel van bitumen en minerale aggregaten, dat vooral als wegdek gebruikt wordt.
    De weg werd met asfalt bestraat.
    De lucht zindert over het asfalt.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /asfalt/

Zelfstandig naamwoord

asfalt m

  1. asfalt
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Turks

Zelfstandig naamwoord

asfalt

  1. asfalt