adversarius

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˌadwɛrˈsaːrɪˌʲʊs/
Woordafbreking
  • ad·ver·sa·ri·us
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

ădvĕrsārĭus

  1. tegenoverstaand
  2. vijandig, gekant (tegen; + dat.)
Verbuiging

Zelfstandig naamwoord

ădvĕrsārĭus

  1. tegenstander
Verbuiging