tegenstander

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·stan·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenstander tegenstanders
verkleinwoord tegenstandertje tegenstandertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenstander m

  1. vijand, rivaal
    Prominente islamitische geleerden hebben uitgesproken dat een beroemde middeleeuwse fatwa waarin de heilige oorlog wordt gepropageerd, in de moderne wereld niet meer kan worden gebruikt om het doden van tegenstanders te rechtvaardigen [1]


Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. www.volkskrant.nl