tegenstander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·stan·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenstander tegenstanders
verkleinwoord tegenstandertje tegenstandertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenstander m

  1. vijand, rivaal
    • Prominente islamitische geleerden hebben uitgesproken dat een beroemde middeleeuwse fatwa waarin de heilige oorlog wordt gepropageerd, in de moderne wereld niet meer kan worden gebruikt om het doden van tegenstanders te rechtvaardigen [1] 
     Het gaat in deze zaak om een vestiging van het bedrijf Zapp, waarvan er meerdere in de stad zitten. Darkstores zijn omstreden omdat ze vaak overlast veroorzaken en met hun afgeplakte ramen volgens tegenstanders ook esthetisch geen vooruitgang betekenen.[2]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.volkskrant.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 26 april 2022 Weblink bron “Vestiging flitsbezorger A'dam moet dicht, gevoelige nederlaag darkstores” (26 april 2022), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be